Ontslag op staande voet

Opzegging wegens dringende reden is ontslag op staande voet. De werkgever (of werknemer) die een “dringende reden” heeft kan de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn direct beëindigen. De WWZ heeft daarin geen verandering gebracht. De beoordeling van de vraag of een ontslag op staande voet kans van slagen heeft, blijft complex. Wel zijn de spelregels die na een ontslag op staande voet in acht moeten worden genomen gewijzigd.

 

Anders dan voor 1 juli 2015 moet een werknemer die op staande voet is ontslagen, zich nu tot de kantonrechter wenden met het verzoek om dit ontslag te vernietigen. Volgens de WWZ dient vernietiging door middel van een verzoekschrift gevraagd te worden. De termijn hiervoor is 2 maanden! Doet de werknemer dit verzoek niet tijdig, dan is het ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven.

 

Ontslag op staande voet in de praktijk:
De werknemer, sinds mei 2000 in dienst bij de werkgever als trapsteller, werd op staande voet ontslagen. Aan de werknemer was op 8 oktober 2015 verlof verleend om die dag om 16:00 uur zijn rijbewijs op te halen bij het gemeentehuis. Op die dag is de werknemer al om 12:45 uur naar huis gereden om later vanaf thuis zijn rijbewijs op te halen. In juli 2015 had deze werknemer een officiële waarschuwing gekregen voor drie incidenten. Die incidenten betroffen ook het niet op het werk en/of de werkplek verschijnen en het te vroeg beëindigen van de werkzaamheden. De waarschuwing was helder “Om u nog een kans te geven laat ik het nu bij een waarschuwing. Indien voornoemde of soortgelijke handelswijze nog één keer voorkomt, dan zal ik u wegens dringende redenen op staande voet ontslaan.”

 

Bij brief van 9 oktober 2015 werd de werknemer op staande voet ontslagen. Bij brief van 14 oktober 2015 liet de werknemer de werkgever weten het oneens te zijn met het hem op staande voet gegeven ontslag en sommeerde hij de werkgever om dit ontslag in te trekken. Daarop diende de werkgever een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in. Het voorwaardelijk verzoek van de werkgever is gebaseerd op verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en daarnaast op een verstoorde arbeidsverhouding.

 

De kantonrechter beoordeelt eerst of het (op staande voet) gegeven ontslag stand kan houden. Dat blijkt niet het geval. De kantonrechter stelt ter zitting vast dat het niet afmelden door de werknemer is erkend. De kantonrechter heeft begrip voor de werkgever en constateert dat de werknemer zich niet aan de geldende regels heeft gehouden. De omstandigheid dat de werknemer zich op 8 oktober 2015 niet heeft afgemeld en zonder voorafgaande kennisgeving al rond het middaguur naar huis is gegaan, rechtvaardigt echter niet een op staande voet gegeven ontslag. Verlof voor later op de dag was al verleend; van werkweigering was geen sprake. De gebeurtenissen op 8 oktober rechtvaardigen naar het oordeel van de kantonrechter ook niet een ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

 

Kantonrechter Leeuwarden 16 december 2015 (ECLI:NL:RBNNE:2015:5977)