Nieuwe Arbowet per 1 juli geeft OR en werknemers extra rechten. Welke?

 

Nieuwe Arbowet per 1 juli geeft OR en werknemers extra rechten. Welke?

De Arbeidsomstandighedenwet wordt per 1 juli 2017 gewijzigd. In ‘de nieuwe Arbowet’ krijgen ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen extra rechten, maar ook de positie van werknemers ten opzichte van de bedrijfsarts wordt versterkt. In het kort zijn er de volgende wijzigingen:

  • De OR of PVT krijgt instemmingsrecht met betrekking tot de preventiemedewerker. Dit betreft zowel de keuze van de persoon als diens positionering in de organisatie.
  • De bedrijfsarts moet gaan samenwerken met (onder meer) de OR of PVT en beschikken over een klachtenregeling.
  • Werkgevers worden verplicht de taken van een bedrijfsarts vast te leggen in een contract met de bedrijfsarts of arbodienst. Het contract moet aan bepaalde wettelijke eisen voldoen.
  • Werknemers krijgen het recht de bedrijfsarts te consulteren over gezondheidsvragen in relatie tot het werk, ook als ze niet ziek zijn. Bij de ziekteverzuimbegeleiding e.d. krijgen werknemers het recht op een second opinion van een andere onafhankelijke bedrijfsarts.

Ter toelichting hieronder wat meer informatie over deze punten.

Preventiemedewerker, instemmingsrecht OR De Arbowet schrijft voor (in artikel 13) dat elke onderneming een preventiemedewerker moet hebben, d.w.z. een deskundige werknemer die de werkgever bijstaat bij naleving van de Arbowet. Nieuw is dat de werkgever voortaan de instemming nodig heeft van de OR of PVT bij de keuze van de persoon van de preventiemedewerker. Ook over de positionering van de preventiemedewerker in de organisatie heeft de OR of PVT instemmingsrecht. Zo kan het medezeggenschapsorgaan ervoor waken dat de preventiemedewerker een zelfstandige positie heeft in het bedrijf met voldoende armslag. Op dit instemmingsrecht zijn de regels van artikel 27 WOR van toepassing. De preventiemedewerker krijgt ook als taak om samen te werken met de bedrijfsarts en met de OR of PVT.

Samenwerking OR/bedrijfsarts In de nieuwe Arbowet wordt de adviserende rol van de bedrijfsarts versterkt. Zo krijgt hij de gelegenheid om iedere plaats in het bedrijf of de instelling te bezoeken. De bedrijfsarts (en andere arbodienstverleners) moeten nauw gaan samenwerken met en adviseren aan de preventiemedewerker en de OR of PVT. Zo kunnen zij samen de arbeidsomstandigheden verbeteren, wat volgens artikel 28 WOR ook een specifieke taak is van de OR. Als de bedrijfsarts bijv. een gevaarlijke situatie signaleert heeft hij niet het recht om de arbeidsinspectie (Inspectie SZW) in te schakelen, maar de OR kan dat wel.

Contract met arbodienst In de Arbowet is bepaald welke taken een werkgever van een bedrijfsarts of arbodienst moet afnemen (in artikel 14). Per 1 juli a.s. worden die taken uitgebreid en geldt de eis dat de taken in een (basis)contract moeten worden vastgelegd. Ook is voorgeschreven dat de bedrijfsarts of arbodienst voortaan moet beschikken over een onafhankelijke klachtenregeling. Ondernemingen krijgen een jaar de tijd om te voldoen aan deze nieuwe voorschriften. Vanuit zijn taak om naleving van de arbeidsomstandighedenwetgeving te stimuleren heeft de OR informatierecht m.b.t. het contract met de bedrijfsarts of arbodienst.

Second opinion andere bedrijfsarts Werknemers krijgen een doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts voor gezondheidsvragen in relatie tot het werk, ook als ze niet ziek zijn. Informatie over het consult mag (zonder toestemming van de werknemer) niet aan de werkgever worden verstrekt. Werknemers krijgen ook het recht over een door de bedrijfsarts gegeven advies zo spoedig mogelijk een andere bedrijfsarts te raadplegen, op kosten van de werkgever. Ook deze zaken moeten in het basiscontract van de werkgever met de arbodienst worden geregeld. Het vragen van een second opinion wordt uitgewerkt in het Arbeidsomstandighedenbesluit. De ontwerp-wijzigingstekst daarvoor ligt nu nog ter advisering bij de Raad van State.

strip nieuwsbrief arbowet

 

Reorganisatie: moet OR aan vakbonden informatie verstrekken?

Op 20 januari 2017 deed de Rechtbank Gelderland (kantonrechter Apeldoorn) uitspraak* in een kort geding aangespannen door de vakbonden FNV en CNV tegen de uitvaartonderneming Monuta en haar OR. De vakbonden wilden informatie hebben over een lopende reorganisatie betreffende de uitvaartverzorgers. In dat kader had Monuta advies gevraagd aan de OR over de functie van uitvaartverzorger ‘nieuwe stijl’. De OR adviseerde in november 2016 positief. De vakbonden eisten dat Monuta en de OR werden veroordeeld de onderliggende stukken te verstrekken, zoals de adviesaanvraag en het advies, het OR-reglement en OR-verslagen uit de jaren 2014 t/m 2016. Deze informatie stelden de bonden nodig te hebben voor de bepaling van hun procedurele positie en die van hun leden m.b.t. de reorganisatie.

Het OR-reglement wilden de bonden hebben om te kunnen beoordelen of het advies van de OR conform het reglement tot stand is gekomen, waarover zij twijfels hadden. Monuta en de OR hebben niet aangegeven waarom afgifte van het reglement op bezwaren stuit. Volgens de kantonrechter hebben de vakbonden niet duidelijk gemaakt welk belang zij hebben bij afgifte van de vergaderverslagen uit 2014 en 2015. Voor de vergaderverslagen uit 2016 ligt dit anders, omdat vaststaat dat Monuta in april 2016 een rapportage heeft laten opstellen door werkgeversvereniging AWVN over de uitwisselbaarheid van functies en in september 2016 is gestart met de uitrol van een strategieplan. Aannemelijk is dat ook met en binnen de OR over (reorganisatie)plannen zal of kan zijn gesproken, aldus de kantonrechter. Ook vindt de kantonrechter aannemelijk dat de vakbonden belang hebben bij de informatie in de adviesaanvraag en het advies m.b.t. de reorganisatie. Dit omdat de bonden tot doel hebben de belangen van hun leden werkzaam bij Monuta te behartigen. De vakbonden zijn daarom aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 36 WOR.

In artikel 36 WOR is bepaald dat de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende de ondernemer of de OR kan opdragen gevolg te geven aan de verplichtingen uit de WOR, zoals het opstellen en bekend maken van een reglement en het bekend maken van verslagen van vergaderingen. Het OR-reglement moet volgens artikel 14 WOR voorschriften bevatten over het opstellen van vergaderverslagen en over de bekendmaking daarvan aan de medewerkers in de onderneming. Op grond hiervan wordt de OR door de kantonrechter veroordeeld om het OR-reglement en de verslagen van de OR-vergaderingen van 2016 in de onderneming bekend te maken en kennisname van die stukken door de vakbonden mogelijk te maken, op straffe van een dwangsom. Monuta wordt veroordeeld, op basis van een cao-bepaling over informatieverstrekking aan de vakbonden, om de adviesaanvraag en het advies van de OR aan de vakbonden te verstrekken, eveneens op straffe van een dwangsom.

Commentaar Deze uitspraak leert dat een vakbond ook van de OR informatieverstrekking kan verlangen, indien het gaat om informatie betreffende de onderwerpen in artikel 36 lid 1 WOR (geschillenregeling voor ‘iedere belanghebbende’). Uiteraard moet de verzoekende vakbond daarvoor wel een voldoende belang aannemelijk kunnen maken, waaronder het kunnen opkomen voor het belang van haar leden in de betreffende onderneming. Merkwaardig is dat de kantonrechter aan toewijzing van de vordering ten laste van de OR een dwangsom verbindt. De OR heeft immers geen eigen inkomsten of vermogen. Om dezelfde reden bepaalt bijv. artikel 22a WOR dat in een rechtsgeding tussen ondernemer en OR de ondernemingsraad niet in de proceskosten kan worden veroordeeld.

* ECLI:NL:RBGEL:2017:342

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.